Rasstandaard FCI

FCI Rasstandaard van de Ierse Wolfshond 17 juni 1998.

Snuit: Lang en middelmatig spits.
Kaken/gebit: Scharend ideaal, tanggebit is toegestaan.
Ogen: Donker gekleurd.
Oren: Klein, gedragen als bij de Greyhound.
Hals: Vrij lang, zeer sterk en gespierd, goed gebogen, zonder wammen of losse huid onder de keel.
Lichaam: Lang, goed gevormde ribbenkast.
Rug: Eerder lang dan kort.
Lendenen: Gewelfd.
Kruis: Breedte in de heupen.
Borst: Zeer diep, matig breed, borst ruim.
Ribben: Goed gevormd. Buik: Goed opgetrokken.
Staart: Lang en licht gebogen, matig dik en goed behaard.
Voorhand: Voorbenen met fors bot en tamelijk recht.
Schouders: Gespierd, breedte aan de de borst gevend, en schuin geplaatst zijn.
Ellebogen: Goed onder het lichaam staand, noch naar binnen noch naar buiten gedraaid.
Opperarm: Gespierd.
Dijen: Lang en gespierd
Knie: Mooi gebogen.
Onderdij: Goed gespierd, lang en sterk als bij de Greyhound.
Hielen: Met lage, noch naar binnen noch naar buiten gedraaide hakken.
Voeten: Matig groot en rond, noch naar binnen noch naar buiten gedraaid. Tenen goed gebogen en gesloten. Nagels, zeer sterk
en gebogen.
Gang/beweging: Makkelijk en levendig.
Vacht/haar: Ruw en hard op het lichaam, de benen en het hoofd; vooral draadachtig en lang boven de ogen en op de onderkaak.
Vachtkleur/tekening: De erkende kleuren zijn grijs, gestroomd, rood, zwart, effen wit, reekleurig, en elke andere kleur die bij de Deerhound voorkomt.Grootte en gewicht: Minimum schofthoogte reuen moet 79 cm, teven 71 cm. Minimum gewicht reuen 54,5 kg, teven 40,5 kg. Alles onder deze hoogte of dit gewicht moet uitgesloten worden van competitie. Groot en indrukwekkende verschijning (fors type), inbegrepen schofthoogte en evenredige lichaamslengte, is het ideaal, waarnaar moet worden gestreefd; de bedoeling is een ras te vestigen waarvan de reuen gemiddeld 81- 86 cm. hoog zijn, en dat de benodigde kracht, beweeglijkheid, moed en evenredigheid zal tonen.
Fouten:

  • Hoofd te licht of te zwaar.
  • Te hoog gewelfd voorhoofd.
  • Grote oren, plat tegen het hoofd hangende oren.
  • Te kort lichaam.
  • Korte hals.
  • Keelhuid.
  • Te smalle of te brede borst.
  • Rug, doorgezakt of zadelrug of volkomen recht.
  • Kromme voorbenen.
  • Zwakke polsen en hakken.
  • Gedraaide voeten.
  • Spreidtenen.
  • Te sterk gekrulde staart.
  • Zwakke achterhand en algemeen gebrek aan spieren.
  • Roze of leverkleurige oogleden.
  • Lippen en neus elke andere kleur dan zwart.
  • Zeer lichte ogen.

Note: Reuen moeten twee duidelijk goed ontwikkelde testikels hebben die volledig in de balzak zijn ingedaald.