Levershunt

Zoals bekend moeten alle puppen op een leeftijd van zeven weken onderzocht worden op ‘Levershunt’.

Dit gebeurt door een klein beetje bloed te prikken en het ammoniakgehalte te meten. Het gehalte mag niet hoger zijn dan 120 mumol. Is het hoger dan is er waarschijnlijk sprake van een ‘levershunt’. Dit betekent dat er afvalstoffen in het bloed blijven die niet door de lever eruit worden gefilterd. Voor de geboorte van de pup zal de moeder via de placenta het bloed filteren en de afvalstoffen afvoeren. Een paar dagen na de geboorte sluit het bloedvat zich dat naar de placenta liep en zal het bloedvat naar de lever zich moeten openen. Dit gebeurt om de een of andere duistere reden soms niet. De pup zal zichzelf dan langzaam vergiftigen. Deze pups zullen niet verkocht worden.

Portosystemische shunt.  Bron: internet
De portosystemische shunt is een aangeboren afwijking die voorkomt bij de Ierse Wolfshond (en bij vele andere rassen). Fokkers, aangesloten bij de Ierdie, zijn verplicht hun puppen op shunt te laten onderzoeken. De pups worden pas na het chippen op shunt onderzocht.

Wat is een portosystemische shunt:
Bloed, afkomstig uit maag, darmen en andere buikorganen komt samen in de poortader die in de lever uitmondt. Alle stoffen opgenomen in de darmen worden op deze manier naar de lever vervoerd. Niet alleen nuttige voedingsstoffen worden uit de darmen opgenomen in het bloed, maar ook uiterst giftige stoffen. De lever verwijdert de giftige stoffen uit het poortaderbloed, zodat deze niet in het lichaam kunnen binnendringen.

Een bloedvat dat de poortader verbindt met de achterste holle ader die naar het hart loopt, is een portosystemische shunt. Normaal is zo’n shunt niet aanwezig, het is dus een extra aangelegd bloedvat. Hierdoor stroomt het poortaderbloed voor het grootste gedeelte door de shunt buiten de lever om naar de achterste holle ader. Zo komen ook giftige stoffen vanuit de darmen direct in het lichaam. De bloedtoevoer naar de lever is op deze manier onvoldoende zodat de lever niet goed kan functioneren. Honden met een aangeboren shunt vergiftigen zichzelf langzaam.

Wat zijn de verschijnselen van een portosystemische shunt:
Al vroeg kunnen de eerste symptomen van een shunt worden gezien bij een pup. Symptomen van een shunt kunnen echter ook op 1 tot 1½ jarige leeftijd optreden.

Een pup of jonge hond kan één van de volgende verschijnselen, of een combinatie vertonen

1. vertraagde groei
2. sloom zijn
3. snel moe worden
4. veel drinken en veel plassen.
5. blaasontsteking, moeite met plassen, persen
6. braken, al dan niet met diarree.
7. gedragsafwijkingen

Bij “gedragsafwijkingen” moet men denken aan bijvoorbeeld onhandig drinken, moeilijk slikken, waggelend lopen, struikelen en vallen, dwangmatige bewegen (zoals rondjes lopen), slecht zien, slecht op prikkels reageren, toevallen hebben, plotseling in slaap vallen. De verschijnselen zijn niet altijd even duidelijk aanwezig.

Het stellen van de diagnose gebeurt door bloedonderzoek op ammoniak. De hond moet hiervoor nuchter zijn (na 23.00 geen eten of drinken meer); water drinken mag wel.

0 -120 Umol: mag gebruikt worden voor de fokkerij. 120- 150 Umol:verdacht van levershunt en/of enzymenprobleem, herprikken dan/ wel ammoniak –echo test noodzakelijk. 150 Umol en meer:uitgesloten van de fokkerij.

Is de ammoniakwaarde verhoogd dan wordt een ammoniak tolerantietest gedaan. Eerst wordt bij de hond een kleine hoeveelheid bloed afgenomen voor ammoniakbepaling. Dan wordt een kleine hoeveelheid ammoniakoplossing in de endeldarm ingebracht. Bij gezonde honden wordt deze hoeveelheid door de lever verwijderd. Na 20 en 40 minuten wordt weer wat bloed afgenomen voor ammoniakbepaling. Bij dieren met een portosystemische shunt vindt er een duidelijke stijging plaats (vaak tot boven de 150 umol/l). Er is geen relatie tussen de hoogte van de ammoniakconcentratie en de grootte van de shunt of de ernst van de verschijnselen. Een ander diagnostisch hulpmiddel is de perfusiescan (shunt-fraktiemeting). Hiermee kan een eventueel aanwezige shunt zichtbaar worden gemaakt met behulp van apparatuur. Het percentage bloed dat om de lever heen stroomt, kan hiermee worden berekend. De persfusiescan kan alleen in de Kliniek in Utrecht worden uitgevoerd.

De prognose:
Een portosystemische shunt is dodelijk. Een shunt gaat niet vanzelf dicht.

Een operatie kan uitkomst bieden. De shunt wordt dan zoveel mogelijk afgesloten. De mate van sluiting is specialistenwerk: te veel sluiten kan leverstuwing geven, te veel openlaten geeft onvoldoende effect. Na een geslaagde operatie kan de hond een volkomen normaal leven leiden, in een enkel geval is een speciaal dieet nodig. Het is raadzaam om een geopereerde hond niet voor de fokkerij te gebruiken!
Als vast staat dat een pup aan een portosystemische shunt lijdt en opereren is geen optie dan is euthanasie, voordat de verschijnselen van shunt zich voordoen, het meest reëel.