O.C.D.

OCD van het hakgewricht komt steeds vaker voor bij jonge honden van grote rassen. Een eerste beschrijving van deze aandoening in de hak is gepubliceerd in 1975. Bij OCD verloopt het normale verbeningsproces van het kraakbeen bij jonge dieren niet goed. Het gaat dan om de verbening in de zogenaamde groeischijven, de plaats van waaruit de lengtegroei gebeurt. Een tweede plek waar het verbeningsproces bij jonge honden plaatsvindt, is in de onderste lagen van het gewrichtskraakbeen dat de gewrichten bekleedt. Bij OCD stopt deze verbening, waardoor het kraakbeen dikker wordt. De diepere lagen kraakbeen sterven af door de druk op het kraakbeen. Door het gebruiken van de poot laat het verdikte stukje kraakbeen los. Alles bij elkaar leidt dit tot een ontsteking in het gewricht en op zijn beurt levert dit kreupelheid op.

OCD van het hakgewricht is beschreven bij honden, paarden, runderen, varkens en mensen. OCD bij honden komt het meest voor in het schoudergewricht (74%), gevolgd door het ellebooggewricht (11%) en het kniegewricht (4%). Hondenrassen waarvan beschreven is dat er OCD van het hakgewricht voorkomt zijn Rottweiler, Labrador Retriever, Alaskan Malamute, Boxer, Bull Mastiff, Chow Chow, Greyhound, Mastiff, Duitse Korthaar, Toy Poedel, Chesapeak Bay Retriever, Golden Retriever, Duitse Dog, Engelse Springer, American Staffordshire Terrier, Blue Heeler, Rhodesian Ridgeback, Sint Bernard, Dobermann, Australian Cattle Dog, Ierse Setter, Duitse Herder, Ierse Wolfshond en kruisingen van deze rassen.
De Rottweiler en Labrador Retriever vormen 74% van de gevallen van OCD in het hakgewricht.
De leeftijd van honden die voor het eerst met kreupelheid bij de dierenarts komen, varieert van 6 tot 12 maanden. De gemiddelde leeftijd is 9 maanden. De meeste honden kreupelen al geruime tijd voordat ze de eerste keer voor onderzoek komen. Kenmerkend voor de kreupelheid is dat deze erger wordt bij toenemende belasting. De honden staan moeilijk op, lopen traag en na verloop van tijd gaat het beter.

Opereren lijkt volgens deskundigen en literatuur de beste resultaten te geven. Tijdens de operatie worden losse stukken kraakbeen en kraakbeenwoekeringen verwijderd. Hoe jonger het dier, hoe beter het resultaat. Niet bij alle honden zal echter een volledig herstel bereikt worden, maar opereren geeft de hond waarschijnlijk wel de beste kans op een optimaal herstel.

Samenvatting publicatie J.T. Tomlinson, Universiteit van Missouri, USA