Revised Standard Ierse Wolfshond

De Ierse Wolfshond
De aangepaste standaard 3.08.2015 nb wijzigingen zijn in groen aangegeven

LAND VAN OORSPRONG: Ierland

DATUM VAN PUBLICATIE VAN DE ORIGINEEL GELDENDE STANDAARD 13.03.2001
GEBRUIK: tot het einde van de 17e eeuw werden Ierse Wolfshonden gebruikt voor de jacht op wolven en herten in Ierland.
CLASSIFICATIE FCI: Groep 10 Windhonden (Sighthounds). Sectie 2 Ruw harige windhonden. Zonder werkhonden
KORTE HISTORISCHE SAMENVATTING: We weten dat de Kelten op het vaste land van Europa Greyhounds hielden die waarschijnlijk afstamden van de Greyhounds zoals die het eerst zijn afgebeeld op Egyptische tekeningen. Zoals hun continentale neven, waren de Ierse Kelten geïnteresseerd in het fokken van grote honden. Deze grote Ierse honden kunnen zowel gladharig als ruwharig zijn geweest, echter in latere tijden ging de ruwharige vorm domineren waarschijnlijk vanwege het Ierse klimaat. De eerste geschreven documentatie over deze honden komt van een Romeinse Consul 391 na Christus. De honden waren al in Ierland gevestigd in de eerste eeuw van onze jaartelling toen Setanta zijn naam veranderde in CuChulainn (de hond van Culann). Er wordt melding gemaakt van de Uisneach – in de eerste eeuw – die 150 honden meenam om te vechten in Schotland. Zonder twijfel vormden de Ierse honden de basis voor de Schotse Deerhond.

In de 15e eeuw was iedere regio van Ierland verplicht om 24 wolfshonden te houden ter bescherming van de boeren kuddes tegen de verwoestingen door wolven. Koppels van Ierse honden werden geschonken als waardevolle giften vanaf de middeleeuwen. Ze werden aangeboden aan de Koninklijke huizen waaronder deze van Engeland, Spanje, Frankrijk, Zweden, Denemarken, Perzië, India en Polen.

Het verbod van Cromwell (1652) op de export van Wolfshonden vanuit Ierland hielp een tijd om het aantal wolfshonden in stand te houden maar langzaamaan verdween de wolf en door de continue vraag vanuit het buitenland naar wolfshonden liep hun aantal terug tot bijna uitsterving – dit aan het einde van de 17e eeuw. Het opleven van interesse in het ras ging hand in hand met het groeiende Ierse nationalisme in de 19e eeuw. De Ierse Wolfshond werd een levend symbool van de Ierse cultuur en van de Keltische cultuur.
Het ras is gehandhaafd in het begin van de 19e eeuw door enthousiasten zoals Kaptein Richardson, Sir John Power of Kilfane, de heer Baker of Ballytobin en de heer Mahony of Dromore. Vanaf 1862 verwierf Kaptein G.A. Graham een paar van de laatst overgebleven honden van het Wolfshonden type die toen nog steeds in Ierland waren en met het gebruik van Deerhound-bloedlijnen, een enkele

out cross met Barsoi en enkele lijnen die nakomelingen hadden bij de Deense Dog heeft hij het uiteindelijk gerealiseerd om een type hond te fokken die constant bleef in iedere volgende generatie.
Graham beschreef zijn pedigrees in zijn boek ”Irish Wolfhound Pedigrees 1859-1906”.

Parallel aan zijn werk bleef het fokken van pure wolfshonden doorgaan zowel in Ierland als in het Verenigd Koninkrijk. De beide gecombineerde inspanningen werden geaccepteerd als een wetmatige heropleving van het ras.
De Kennel Club van Ierland plande als eerste een klasse voor Ierse Wolfshonden op hun Show in Dublin in april 1879 – en de club was gevormd in 1885.
De Ierse Wolfshond geniet nu opnieuw iets van de reputatie zoals in de middeleeuwen. De Ierse Wolfshond is nu wereldwijd in bezit en wordt ook wereldwijd gefokt.

ALGEMEEN VOORKOMEN: De grootste en hoogste van de windhonden, het is een ruw gehaarde greyhound-achtig ras. Van grote grootte en met een overheersende verschijning, zeer gespierd, sterk en toch gracieus gebouwd, bewegingen makkelijk en actief; hoofd en nek trots gedragen;   de staart gedragen met een opwaartse zwaai en een lichte buiging naar de uiteinden. De staart moet gedragen worden lager dan het kruis, het hoogste punt van de achterhand.

Van grote grootte – inclusief de hoogte van de schouder en een proportionele lengte van het lijf – is de meest wenselijke hoogte en het is wenselijk om stevig te realiseren dat het ras een minimum hoogte heeft van 81 cm (32 inches) bij de reuen, daarbij tonend de vereiste kracht, activiteit, moed en symmetrie.
GEDRAG EN TEMPERAMENT: De bloem van zijn hele ras
Zo trouw, zo braaf – als een lam thuis. Als een leeuw in de jacht. “So true, so brave – a lamb at home. A lion in the chase.” (The Irish Hound of Llewelyn 1210 AD)
Hij is vriendelijk, sociaal zelfverzekerd en opgewekt bij andere honden en bij mensen, hij is vastberaden in de jacht en een loyale metgezel.

HOOFD: Lang en gelijk niveau, trots gedragen ; de frontale botten van het voorhoofd een klein beetje hellend en met zeer weinig inspringing tussen de ogen

HERSEN REGIO:
Schedel: niet te breed

GEZICHTS REGIO:
Snuit: lang en middelmatig toelopend. Tanden: schaarbeet is ideaal, gelijke beet acceptabel. Ogen: Donker. Oren: Smal, roze oren, hoog aangezet.

NECK: Redelijk lang, zeer sterk en gespierd, goed gebogen, zonder halskwab of losse huid bij de keel.

LICHAAM: Lang, goed geribd.
Achterhand: Eerder lang dan kort
Lendenen: Licht gebogen
Kroep: Grootte breedte over de heupen
Borst: Zeer diep, middelmatig breed, borst wijd. Ribben: goed gespreid
Buik: Goed opgetrokken
STAART: Lang en licht gebogen, van gemiddelde dikte, goed bedekt met haar en hij dient lager gedragen te worden dan het hoogste punt van de achterhand.
LEDEMATEN:
Voorhand:
Schouders : Gespierd, geeft breedte aan de borst, schuin gesteld.
Ellebogen: Goed onder het lichaam, niet binnenwaarts of buitenwaarts gericht.
Voorarm : Gespierd, stevig bot, recht gebouwd en met licht geveerde koten.
ACHTERHAND:
Dijen: Lang en gespierd
Kniegewrichten: Mooi gebogen
Tweede dij: goed gespierd, lang en sterk. Hakken: goed naar beneden en niet naar binnen of buiten gericht.
VOETEN: Matig groot en rond, niet naar buiten of binnen gericht. Tenen, goed gewelfd en gesloten. Nagels, zeer sterk en gebogen.
GANGWERK / BEWEGING: Beweging makkelijk en actief en met een goed voorwaarts bereik en goede aandrijving vanuit de achterhand.
VACHT HAAR: Ruw en hard op het lijf, de poten en het hoofd. Haren over de ogen en bij de baard speciaal wat taai.
KLEUR EN AFTEKENING : De erkende kleuren zijn grijs, gestroomd, rood, zwart, puur wit, ree-kleurig en tarwe.
GROOTTE EN GEWICHT: Gewenste hoogte: Vanaf 84 cm (33 inches) bij de reuen. Minimum hoogte : Bij reuen 81 cm (32 inches)
Minimum gewicht: bij reuen 57 kg (125 lbs)

Minimum hoogte : bij teven 76 cm (30 inches)
Minimum gewicht : bij teven 50 kg (110 lbs)
Bovenstaande grootte en gewicht zijn van toepassing op volwassen honden.
FOUTEN:
Iedere afwijking van de hiervoor beschreven punten dient opgevat te worden als een fout en de ernst van de fout dient beschouwd te worden in exacte proporties tot de graad en zijn effect op de gezondheid en het welzijn van de hond.
. Te licht of te zwaar hoofd
. Te hoog gebogen hoofd – bot
. Te smalle onderkaak, en foute standen van de tanden
. Scheve voorbenen; weke koten.
. Zwakke achterhand en een algemeen ontbreken van spieren.
. Te kort in het lijf
. Gezonken – of holle rug of juist te rechte rug
. Grote oren die plat tegen het hoofd hangen
. Scheve voeten
. Gespreide tenen
. Korte nek; volle halskwab
. Te smalle of juist te brede borst
. Te excessief gebogen staart
. Neus met een andere kleur dan zwart
. Lippen met een andere kleur dan zwart
. Erg lichte ogen. Roze of leverkleurige oogleden
. Enige tekenen van nerveusheid of agressie
Iedere hond die duidelijk fysieke of gedragsmatige abnormaliteiten vertoond zal worden gediskwalificeerd. Opgelet: Mannelijke dieren dienen twee normaal lijkende teeltballen te hebben, beiden volledig afgedaald in het scrotum.

Vertaling GvK31-08-2017